Ons idool Eddy Christiani (98) overleden

Ons muzikale idool Eddy Christiani is op 24 oktober 2016 op 98-jarige leeftijd overleden. Eddy was beschermheer van het Meezingkoor Waterland. Een kleine delegatie van de fanclub van Eddy Christiani bracht hem vorige week, op 17 oktober 2016, nog een bezoek in verzorgingscentrum ‘Aelsmeer’ (in – inderdaad – Aalsmeer).


boven: Paul Holtkamp, Thea de Zeeuw, Friso de Zeeuw; onder: Peter Willemse en Eddy.

De gezondheid van Eddy ging er de laatste jaren natuurlijk niet op vooruit. Twee jaar geleden konden wij nog een kort filmpje laten zien waarin hij een fragment van een van zijn hits ten gehore brengt.

Eddy was in de periode 1950-1958 verreweg de populairste Nederlandse zanger. Op de woelige baren, Spring maar achterop, Kleine Greetje uit de polder, Ouwe Taaie en Zonnig Madeira zijn slechts enkele van de tientallen mega-hits uit die tijd.
Het leven van elke succesvolle artiest kent wel een dramatische wending. Eddy beleefde kent er meerdere, maar in muzikaal opzicht was zijn eigenlijke liefde de gitaar en niet het zingen waar hij zijn faam aan te danken heeft.
Eddy startte zijn loopbaan in 1938 met een radio-optreden. Van de generatie artiesten die al voor het begin van de Tweede Wereldoorlog furore maakten, was hij de laatst-levende, na het overlijden van Annie de Reuver in 2016.
Eddy leefde met de herinneringen uit zijn glorieuze jaren. Met de muziek van nu had hij weinig op (‘heipalenmuziek’). Fameus is zijn uitspraak ‘dat er tegenwoordig meer zangers dan behangers zijn’. Uit zijn lijfspreuk spreekt de erkenning van het onvermijdelijke: ”Het fatum van de datum, niemand ontgaat hem”.
Wij zullen zijn liedjes blijven zingen!


Eddy Christiani is 1965

Afscheid van BPD (Bouwfonds)

Van 1998 tot 1 mei 2016 was ik directeur Nieuwe Markten bij BPD (voorheen: Bouwfonds), de grootste projectontwikkelaar van Nederland die zich specialiseert in de ontwikkeling van complete woongebieden: gebiedsontwikkeling. Het bedrijf is ook actief in Frankrijk en Duitsland.

Topavond sluit loopbaan af; bekijk de films
Na 18 jaar nam ik op 22 april 2016 afscheid van BPD met een grandioze avond in het Cobra Museum in Amstelveen. Circa 450 mensen gaven gehoor aan onze uitnodiging en beleefden een ontspannen programma onder het motto ‘bier, bitterballen en muziek’. Van deze happening is een samenvattende film gemaakt; een productie van Klaas Taselaar, Alexander Stanichev en Joost de Jonge. Een van de dingen die iedereen opviel was de uiterst humoristische toespraak van minister Stef Blok.

De afscheidsavond in het Cobra Museum is te baat genomen om een twintigtal gasten te vragen naar de sterke en zwakke kanten van Friso de Zeeuw. De ontwapenende en openhartige antwoorden zijn op film – van hetzelfde productieteam – vastgelegd.

Ook afscheid in Hoevelaken
Uiteraard was ook een apart afscheidsfeestje met de collega’s georganiseerd, in Hoevelaken. De aaneenschakeling van bijzondere acts en muzikale bijdragen vormden een indrukwekkende en vrolijke afsluiting van mijn loopbaan, geheel in stijl. De verrassingsgast paste daar prima in: Jacques Herb (‘Manuela’)’. En hij kreeg de collega’s in de polonaise.

Terugblik op mijn werk bij BPD (Bouwfonds)
BPD startte in 1947 als een intergemeentelijk nutsbedrijf voor de ontwikkeling van goedkope koopwoningen. Het is in de loop der jaren uitgegroeid tot een commerciële onderneming die bijna alle facetten van de project- en gebiedsontwikkeling beoefent.
Mijn functie behelsde onder meer het verkennen en introduceren van nieuwe marktgebieden in Nederland die voor ons bedrijf interessant zijn. Dat waren in de afgelopen jaren bij voorbeeld binnenstedelijke herontwikkeling, publiek-private samenwerking, vernieuwing van het omgevingsrecht, veranderingen in de woningmarkt, seniorenhuisvesting, ruimtelijk- en grondbeleid. In het verlengde hiervan droeg ik bij aan de formulering van de strategie van BPD. Ik kreeg steeds veel vrijheid om mijn op maat gesneden functie naar eigen voorkeur en inzicht inhoud te geven.
Daarnaast maakte ik veel werk van het onderhouden van betrekkingen met de rijksoverheid, provincies en grote steden. Daarbij gaat altijd om inhoudelijke kwesties. Alleen als je op een open manier kennis en inzichten met elkaar deelt, kan je zo nu en dan ook succesvol lobbyen. En eerlijk gezegd moest de directeur Nieuwe Markten regelmatig ”oude markten” beschermen tegen beleidsonzin. Dat hoort er ook bij. Ook nu maak ik mij nog steeds sterk om de aanbestedingsregels en het omgevingsrecht werkbaar te houden. In de ruimtelijke ordening beargumenteer ik een goede balans tussen binnenstedelijk bouwen en uitbreidingslocaties.

Diep in mijn hart

In een van de afleveringen van de nostalgische tv-serie Goede avond dames en heren speelt het liedje Diep in mijn hart de hoofdrol (juni 2015). Loes Luca en Huub Stapel vertolken het nummer in deze episode. Leuk en terecht dat deze prachtige compositie weer eens in het zonnetje staat; het is ook mijn favoriete liedje.
De Rotterdamse virtuoze accordeonist en componist Jaap Valkhoff schreef dit nummer in de oorlogsjaren. Het werd voor het eerst in 1943 op de plaat gezet door het orkest van Dick Willebrands, met zang van Nelly Verschuur.

Orkest Dick Willebrands (aan de vleugel) met zangeres Nelly Verschuur

Diep in mijn hart werd na de oorlog een hit in vele landen. Onder meer in de Verenigde Staten, in de vertolking van Frank Sinatra. In Nederland kreeg het nummer in de uitvoering van – onder meer –  Tante Leen opnieuw bekendheid.
Ook bij onze eigen combo Monnickenwerk staat het op het repertoire!

Doorpakken in Waterland

Op 23 april 2015 hield ik op verzoek van de Ondernemersvereniging Waterland een referaat over de gemeente en regio Waterland, met een focus op de bestuurlijke organisatie. Hier mijn betoog. 

Uniek gebied: profiteer ervan
In ons woon- en werkgebied Waterland profiteren wij enerzijds van de ligging in de invloedssfeer van Amsterdam. Daar is veel economische dynamiek en werkgelegenheid. De stad biedt goede verbindingen en topvoorzieningen. Anderzijds leven we ook in een groene, waterrijke omgeving met sfeervolle kleine steden en dorpen. Om beide voordeelposities te versterken – of anders gezegd: om ongegeneerd van deze twee walletjes te eten – hebben we een daadkrachtig bestuur nodig dat effectief en ter zake kundig op verschillende borden kan schaken. Met de eigen inwoners, maatschappelijke instellingen en het bedrijfsleven. Maar ook met de buurgemeenten, de provincie, de stadsregio en de rijksoverheid.

Balans tussen groot en klein
Is het overheidsbestuur in onze regio en in onze gemeente adequaat toegerust op zijn taak? Ik denk het niet. Verbetering van die situatie vergt een goede analyse, visie en dan actie, zonder al te veel te dralen.

Als we de ’grote stad’ ons gebied zou laten besturen, gaat het niet goed. Die praten bij voorbeeld over Metropolitaan landschap als het over Waterland gaat , om vervolgens een nota vol onbegrijpelijk beleids-chinees te produceren. Ander voorbeeld: binnen de ambtelijke dienst van onze hoofdstad is een stroming die wil ‘Amsterdam verdubbelen’.

’Te groot’ is dus niet goed en een stevig tegenwicht is nodig. Maar ’te klein’ heeft ook manco’s. Zo is de gemeente Waterland, met 17.000 inwoners, beslist te klein is om zelfstandig te blijven bestaan. De zogenaamde bestuurskrachtmeeting heeft dat ook duidelijk gemaakt. Ja, in formele zin kan de gemeente wel zelfstandig blijven maar de dienstverlening aan bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties is kwetsbaar. En voor steeds meer taken is de gemeente aangewezen op (ondemocratische) samenwerkingsverbanden. De gemeenteraad stuurt niet meer, maar wordt feitelijk gestuurd en mag een beetje aan de rand van de besluiten krabben. De directe beslissingsmacht versmalt geleidelijk aan tot onderhoud van groen en straten, subsidies aan lokale verengingen en – als hoogtepunt – de eventuele vestiging van een supermarkt. Voor een gemeente die bestaande en nieuwe taken nog net aankan, zijn minimaal zo’n 35.000 inwoners nodig.

de nieuwe IJsselmeergemeente, in groen

Gemeente Waterland heeft een partner in Edam/Volendam
Wat is een geschikte partner om bij aan te sluiten? Als we in de regio om ons heen kijken, dan is samengaan met Edam/Volendam/Zeevang het meest logisch en haalbaar. Dan ontstaat een krachtige IJsselmeergemeente met ca. 52.000 inwoners. Purmerend is aanmerkelijk groter en dus zal daar onze stem daar minder helder doorklinken. Bovendien spreekt de stedelijk karakter velen in onze gemeente minder aan.

Waterland heeft veel meer binding met Edam-Volendam dan met Landsmeer, Oostzaan en Wormerland. Bij voorbeeld de oriëntatie op het water, het Markermeer. Wat betreft recreatie en toerisme, landbouw en natuur, mbk, groen, water, historie hebben we gemeenschappelijke elementen. Bevolking en bedrijven kennen elkaar redelijk goed en de mentaliteit van de inwoners is vergelijkbaar. Cultuurverschillen zijn er natuurlijk ook, want Volendam blijft een unieke gemeenschap. Maar Waterlanders kunnen daar goed mee omgaan. In nieuwe gemeente ontstaat een evenwicht tussen Volendammers en de andere gemeenschappen. Landsmeer zou zich kunnen voegen bij een grotere Markermeer-gemeente, áls ze dat zelf zou willen. Daar zie ik geen probleem in, zolang de basis maar wordt gevormd door de drie kustgemeenten. Een fusie van Waterland met Edam-Volendam en Zeevang kan niet op heel korte termijn. Edam-Volendam wil een periode organisatorische rust, na invlechting van Zeevang. Een termijn van vijf à zeven jaar is haalbaar, als de (politieke) neuzen dezelfde kant op staan.

In ieder geval géén ambtelijke fusie   Wij moeten in Waterland beslist niet ingaan op het pleidooi van Landsmeer voor een ambtelijke fusie met Waterland, Oostzaan en Wormerland. Dan komt er een grote ambtelijke dienst die vier gemeentebesturen moet bedienen. Daarmee zou Waterland zich afhankelijk maken van een verzelfstandigd apparaat waar het management de dienst uitmaakt. Dat is schijnzelfstandigheid in optima forma. De gemeentebesturen worden ‘klant’ van de grote ambtelijke organisatie waarbij je met jouw specifieke vragen en wensen in de wachtrij komt te staan en maar moet afwachten wanneer je aan de beurt bent. De afstand tussen ambtenaren en bestuur wordt ook groter: ambtenaren weten niet meer voor wie ze aan het werk zijn en het ambtelijk apparaat gaat eigen beleid maken. Ook voor het bedrijfsleven heeft dit voornamelijk nadelen. Een ambtelijke fusie is op kortere termijn te realiseren dan een bestuurlijke, dat wel. Daarom zou ik kiezen voor een ambtelijke samenwerking met Edam-Volendam, vooruitlopend op de bestuurlijke fusie.

Regionaal op inhoud samenwerken
Wij moeten helder onderscheid maken tussen het niveau van het lokale bestuur en dat  van de regio. Het rapport ‘Bandell’ (van de colleges van b & w van Purmerend en Zaanstad) wekt verwarring omdat het die invalshoeken door elkaar haspelt en zich verslikt in een pleidooi voor een mega-gemeente Zaanstreek/Waterland. De samenwerking in de regio Waterland/Zaanstreek moet beter, maar op basis van een inhoudelijke agenda. Die is er nu niet. Kunnen we komen tot een gezamenlijk visie? Een visie op de economische ontwikkeling – daaronder bedrijventerreinen – ,verbindingen, landbouw, recreatie, natuur, woningbouw. Een gedragen, gezamenlijke visie moet meer zijn dan alleen een optelsom van alle lokale wensen en taboes. Daarmee kan ook Amsterdam en de provincie tegemoet worden getreden. Zou het een idee zijn als het bedrijfsleven die handschoen opneemt, nu het politieke bestuur aarzelt? En wellicht zelfs samen met ‘groene’ en ‘blauwe’ organisaties? Het zou een innovatieve aanpak zijn, waarbij nu eens niet de overheden het voortouw nemen. Mijn ervaring van een paar jaar geleden in andere regio was niet slecht.

prof. mr. Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten BPD, 23-04-2015  

 

Tilburg gaat los met het Kruikenconcert

Tilburg luidde op 12 februari 2015 carnaval weer in met het traditionele Kruikenconcert. Tilburg heet ook – vooral in carnavalstijd – Kruikenstad. De bewoners zijn Kruikenzeikers. Deze tot geuzennaam omgekatte scheldnaam vindt zijn oorsprong in de tijd dat de wolindustrie nog de drager van de Tilburgse economie was. De mensen verkochten hun in kruiken opgespaarde urine;  met pis werd de wol gewassen! Ruud Vreeman beleefde een moeilijk moment toen hij kort na zijn benoeming tot burgemeester in 2004 vraagtekens plaatste bij de actuele pr-waarde van deze benaming.

Terug naar het Kruikenconcert. Hier laat Tilburg zich van een bijzondere, onverwachte  kant zien. Een avondvullend programma in de schouwburg. Met een speciaal voor deze gelegenheid samengesteld symphonie-orkest dat naast het klassieke repertoire ook jazz- en popmuziek te gehore brengt, evenals de bij carnaval onmisbare meezingers. Orkest, solisten en zangers hebben nagenoeg allen een Tilburgse achtergrond of hebben er hun muzikale opleiding genoten.

Bij de ontvangst, voorafgaande aan het Kruikenconcert, met de GroenLinks-wethouders Paul Smeulders van Helmond en Mario Jacobs van Tilburg

Bij de ontvangst, voorafgaande aan het Kruikenconcert, met de GroenLinks-wethouders Paul Smeulders van Helmond (links) en Mario Jacobs van Tilburg.

Het afwisselede repertoire staat op hoog muzikaal niveau en het carnavalesk uitgedoste publiek zingt als het even kan uit volle borst mee. Het is eigenlijk raar dat van dit concert (dat twee achtereenvolgende avonden voor een uitverkochte zaal wordt uitgevoerd) geen televisieregistratie plaatsvindt. Als Amsterdam de plaats van handeling zou zijn, waren de camera’s van de publieke omroep natuurlijk wel degelijk present geweest. Maar ja, dit is ‘de provincie’ dus heeft men geen belangstelling…

Een belangrijke stuwende kracht van het Kruikenconcert is de Tilburger Guus Meeuwis. Hoogtepunt van het concert is naar mijn idee zijn ode aan het Tilburgse kruidendrankje: schrobbelèr (spreek laatste lettergreep uit als in blèren). Hij schreef ook de tekst van de topper ‘Drink schrobbelèr’ op de melodie van ‘Griechischer Wein. Ja, dat is die evergreen van Udo Jurgens.

Peter van der Velden, voormalig burgemeester van Breda en nu voorzitter van de 'Coöperatie Werk en Vakmanschap', de Korvettenkapitän der Volksmarine met onze partners

Peter van der Velden, voormalig burgemeester van Breda en nu voorzitter van de ‘Coöperatie Werk en Vakmanschap’ (links), der Korvettenkapitän der Volksmarine (rechts), geflankeerd door onze partners

Toch nog een klein (kruiken)zeikpuntje. Elk Kruikenconcert wil verrassen met een bekende artiest van buiten. Dat was deze keer Paul de Leeuw. Dat was de enige artiest die beter thuis had kunnen blijven.

Aansturen op val Rutte II is politiek zwakzinnig
Friso de Zeeuw en Jos Feijtel

een verkorte versie van dit artikel verscheen in de Volkskrant van 17 januari 2015, blz. 35

De berichtgeving in de media kan de indruk wekken dat bij de PvdA alleen de partijleiding en de Tweede Kamerfractie nog verder willen met dit kabinet. Het is verbijsterend om te zien hoe spraakmakende types binnen de partij er alles aan lijken te doen om het samenwerkingsklimaat met de VVD te verzieken. Wij doelen nu niet op de immer bij partijvergaderingen aanwezige oudere mannen die in door moeders gebreide truien mopperen dat ’het sociale gezicht van de PvdA ver te zoeken is’. Nee, wij doelen bij voorbeeld op de zelfbenoemde partijprominent Sander Terphuis die een half jaar geleden riep dat er zo nodig ’koppen moesten rollen’ en regionale vergaderingen aankondigde om de revolte tegen de partijleiding kracht bij te zetten.
Nu zijn het verdwaasde partijmastodonten die openlijk of verborgen de deelname van de partij aan de regeringscoalitie torpederen. De nuances rond de vrije artsenkeuze worden onnodig tot principiële en ideologische proporties opgeblazen. De nostalgische omarming van de publieke sector door Adri Duivesteijn en Rick van der Ploeg in de NRC (14/1/15) laat zich bij voorbeeld lezen als een anti-VVD en anti-paars opstel.

Mijn mede-auteur en mede-mastodont Jos Feijtel

Wij zijn ook een beetje mastodont (samen goed voor bijna honderd jaar  partijlidmaatschap) maar vertegenwoordigen een totaal andere stroming in de sociaal-democratie. Die kijkt naar de resultaten van dit kabinet welke in grote lijnen tot tevredenheid stemmen. Dit kabinet weet een brede hervormingsagenda te realiseren, in een goede balans tussen sociaal-democratische en liberale programma-punten. Verschillende uitstekende bewindslieden van PvdA-huize geven daar mee vorm aan.
Het is twintig jaar geleden dat in ons land een kabinet de normale speeltijd van vier jaar volmaakte. Politieke stabiliteit is een zelfstandige waarde, zeker in deze tijd.

Aansturen op de val van Rutte II duidt op politieke zwakzinnigheid.

Friso de Zeeuw en Jos Feijtel zijn beiden lid van de PvdA en hebben uiteenlopende politieke functies vervuld.          

Eddy Christiani leeft!

Hoe zou het met Eddy Christiani gaan? Leeft ie nog? Deze vraag krijg ik regelmatig.
Eddy (1918) was in de periode 1950-1958 verreweg de populairste Nederlandse zanger. Op de woelige baren, Spring maar achterop, Kleine Greetje uit de polder, Ouwe Taaie en Zonnig Madeira zijn slechts enkele van de tientallen megahits uit die tijd. Meezingkoor Waterland heeft de eer van het beschermheerschap van Eddy.

Van de generatie muzikanten en zangers die vanaf pakweg 1940 furore maakten, is – naast Eddy – alleen nog Annie de Reuver (1917) in ons midden. Hun grote muzikaliteit staat in contrast met de gemiddelde popmuzikant van nu.

Eddy Christiani met Thea de Zeeuw

                                            Eddy Christiani met Thea de Zeeuw  

Op  18 oktober 2014 zochten wij Eddy op in een verzorgingsinstelling in Diemen waar hij sinds kort verblijft. Hij was blij verrast ons te zien; zoals bij veel van onze senioren knaagt de eenzaamheid. Onder het genot van een wijntje en een nootje vertelde hij dat hij zijn kleurrijke leven overdenkt. En al laat het geheugen Eddy soms in de steek: de teksten van zijn liedjes heeft ie nog paraat, zoals in dit korte filmpje blijkt. Hij groet via dit medium al zijn fans, ”de jeugd van vroeger”, om in zijn termen te spreken.

 


 

 

Megasongfestival in Tallinn: een belevenis

image006

in de – speciaal voor het songfestival gebouwde – schelp is plaats voor de duizenden zangers en het orkest, daarvoor het publiek

Waar ter wereld tref je een koor met 33.000 zangers en zangeressen? Bekijk het filmpje. En waar kan je een dansact zien met 10.000 dansers? In Tallinn, de hoofdstad van Estland, eenmaal in de vijf jaar. In het eerste weekend van juli 2014 stond deze kleine Baltische republiek, met 1,3 mln. inwoners voor de 26ste keer in het teken van het nationale bewustzijn en saamhorigheid. Samen zingen, dansen, dragen van streekgebonden klederdracht of gewoonweg erbij zijn met een vlaggetje in de nationale driekleur blauw, zwart, wit. Het aantal toeschouwers in het speciale voor dit songfestival gebouwde manifestatieterrein bedraagt rond de 100.000.

ons gezelschap te midden van een van de talloze koren

ons gezelschap te midden van een van de talloze koren

Het is niet alleen de overweldigende massa deelnemers en toeschouwers die grote indruk maakt. Van 1947 tot 1991 maakte Estland (met de twee andere kleine Baltische republieken Letland en Litouwen) deel uit van de Sovjet-Unie. In de tijd van de Sovjetbezetting kon de bevolking in de traditioneel sterk verankerde zangcultuur zijn eigenheid koesteren.
Estland heeft in zijn geschiedenis meerdere vreemde mogendheden moeten dulden; zo is de waardering voor de huidige onafhankelijkheid beter te begrijpen. Echter: 25% van de bevolking is van Russische origine; zij moeten absoluut niets van de het songfestival hebben.

Het valt op dat jong en oud actief deelnemen. Ook jongens en meiden in de puberleeftijd; ze kijken niet verveeld maar doen enthousiast mee.

met het jeugdkoor van de radio omroep

met het jeugdkoor van de publieke radio-omroep

De zang- en danskwaliteit heeft een bijzonder hoog niveau; het massale koor zingt meerstemmig; hier een mooi voorbeeld.

Onze veronderstelling dat het dansen ons na een kwartiertje zou gaan vervelen, omdat wij de Estse versie van de Driekusman dan wel gezien zouden hebben, bleek misplaatst. Dit filmpje geeft een indruk, evenals dit fragment.

totaaloverzicht van de dansvloer

totaaloverzicht van de dansvloer

Van de repetities maakt men dan ook veel werk en dat stelt hoge eisen aan de deelnemers. Dirigenten en componisten (die hun nieuwe composities veelal baseren op oude volksmelodieen) genieten een aanzienlijke populariteit.

Organisatie en logistiek van deze happening verlopen opmerkelijk soepel. Bij voorbeeld: geen troep op straat; geen dronken, lawaaiige types en geen Oosteuropese zakkenrollers-bendes. Nederland in de jaren vijftig, daar lijkt het soms op. Maar vergis je niet: Estland heeft een moderne economie en loopt voorop in de toepassing ict-innovaties. Is er dan niets kritisch te melden? Zeker: autorijden doet men in het algemeen roekeloos en onbeschaafd: een verbeterpuntje. Ze hebben de tijd tot 2019, want dan hopen wij weer bij de volgende editie van dit unieke festival present te zijn.

kleurrijk en vitaal

traditioneel maar niet oubollig

ook de veteranen hebben er zin in ...

ook de veteranen hebben er zin in …

Mijn opa was spion

In het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog, in 1917 dus, is mijn moeder geboren. Ondanks haar respectabele leeftijd, leest ze nog boeken en kijkt tv. Lopen en horen geeft wel problemen. Klagen dat haar (enige) zoon haar te weinig opzoekt, gaat haar ook goed af, maar dit terzijde.
Onlangs vertelde zij over een tv-uitzending over de Eerste Wereldoorlog, waar Rotterdam in beeld kwam als vooraanstaand spionnennest. Een havenstad, strategisch gelegen tussen de strijdende grootmachten, in het neutrale Nederland. Mijn moeder herkende verschillende elementen uit de film. Ze zei: “Ik heb toch echt het idee dat mijn vader daar bij betrokken was”, in een adem gevolgd door: “Het was zo’n goeie man….”.

mijn opa: Theo Meulkens

 mijn opa: Theo Meulkens  

Theo Meulkens (mijn opa dus) werkte in die tijd bij de Uranium Steamship Company. Anders dan de naam doet vermoeden, was deze rederij gespecialiseerd in trans-Atlantisch grootschalig – en goedkoop – vervoer van “landverhuizers”. Directeur van deze rederij was Richard Tinsley, van wie vaststaat dat hij tevens hoofd van de Britse spionagedienst in Nederland was. Tinsley wierf voor het operatieve spionagewerk Rotterdammers. Behoorde mijn opa daartoe? Grootvader – zo moest ik mijn opa aanspreken, want opa vond men in onze familiekring ordinair klinken- werkte immers bij de rederij. En bij Tinsley, die naam wist mijn moeder zich te herinneren.  Hij stuurde in de jaren twintig – inmiddels teruggekeerd naar Londen – prachtige kerstcadeaus naar Rotterdam waar mijn moeder reikhalzend naar uitkeek.

De prangende vraag of mijn opa ook zelf spionagewerk deed, kreeg antwoord, toen ik onlangs een Engelstalig artikel van Frans Kluiters onder ogen kreeg. Dit nauwgezet  gedocumenteerde artikel, “R.B. Tinsley, a biografical note” vermeldt de naam van Meulkens twee maal. Hij behoorde tot de ploeg die fotomateriaal verpakte en via Vlissingen naar Londen verscheepte. Geen James Bond-werk, maar er is hoogstwaarschijnlijk meer aan de hand geweest.

geheel links in de bus : Theo Meulkens

geheel links in de bus : Theo Meulkens

Het kantoor van de rederij, gevestigd aan de Boompjes, was verbouwd tot hoofdkwartier van de Britse geheime dienst, compleet met fotolaboratorium. Mijn moeder vertelde dat zij ‘s zondags met haar vader mee mocht om “de post op te halen”. De grote entreehal van het gebouw aan de Boompjes vond zij indrukwekkend. Wij hebben het dan over het begin van de twintiger jaren, dus na afloop van de Eerste Wereldoorlog. Maar de spionage-activiteiten gingen ook in die tijd door. Mijn moeder vermoedde eerlijk gezegd al langer de bijzondere bezigheden van haar vader. Thuis werd daar nimmer over gesproken. Zij vindt het wel bijzonder dat dit nu, in de winter van haar leven, alsnog boven water komt. “Gelukkig is hij nooit gepakt; het was zo’n goeie man…”.

poster van Uranium Steamship Company

poster van Uranium Steamship Company

 

Kruikenconcert in Kruikenstad

Aan de vooravond van carnaval waren wij dit jaar te gast in Tilburg, bij het zogenaamde Kruikenconcert. Tilburg: die even dynamische als lelijke stad in het Hart van Brabant. Tot afgrijzen van fanatieke metropool-aanhangers, kenschetsen de inwoners hun stad veelal als ‘een verzameling dorpen’. Maar ze hebben wel de grootste kermis van het land, een universiteit en blinken uit in moderne industriële bedrijvigheid.

Tilburg heet ook – vooral in carnavalstijd – Kruikenstad. De bewoners zijn Kruikenzeikers. Deze tot geuzennaam omgekatte scheldnaam vindt zijn oorsprong in de tijd dat de wolindustrie nog de drager van de Tilburgse economie was. De mensen verkochten hun in kruiken opgespaarde urine;  met pis werd de wol gewassen! Ruud Vreeman beleefde een moeilijk moment toen hij kort na zijn benoeming tot burgemeester in 2004 vraagtekens plaatste bij de actuele pr-waarde van deze benaming.

Terug naar het Kruikenconcert. Hier laat Tilburg zich van een bijzondere, onverwachte  kant zien. Een avondvullend programma in de schouwburg. Met een speciaal voor deze gelegenheid samengesteld symphonie-orkest dat naast het klassieke repertoire ook jazz- en popmuziek te gehore brengt, evenals de bij carnaval onmisbare meezingers. Orkest, solisten en zangers hebben nagenoeg allen een Tilburgse achtergrond of hebben er hun muzikale opleiding genoten.

Het afwisselede repertoire staat op hoog muzikaal niveau en het carnavalesk uitgedoste publiek zingt als het even kan uit volle borst mee. Het is eigenlijk raar dat van dit concert (dat twee achtereenvolgende avonden voor een uitverkochte zaal wordt uitgevoerd) geen televisieregistratie plaatsvindt. Als Amsterdam de plaats van handeling zou zijn, waren de camera’s van de publieke omroep natuurlijk wel degelijk present geweest. Maar ja, dit is ‘de provincie’ dus heeft men geen belangsteling…

Een belangrijke stuwende kracht van het Kruikenconcert is de Tilburger Guus Meeuwis. Hoogtepunt van het concert is naar mijn idee zijn ode aan het Tilburgse kruidendrankje: schrobbelèr (spreek laatste lettergreep uit als in blèren). Hij schreef ook de tekst van de topper ‘Drink schrobbelèr’ op de melodie van ‘Griechischer Wein. Ja, dat is die evergreen van Udo Jürgens.

Toch nog een klein (kruiken)zeikpuntje. Elk Kruikenconcert wil verrassen met een bekende artiest van buiten. Dat was deze keer René Froger. Dat was de enige artiest die beter thuis had kunnen blijven.