Doorpakken in Waterland

Op 23 april 2015 hield ik op verzoek van de Ondernemersvereniging Waterland een referaat over de gemeente en regio Waterland, met een focus op de bestuurlijke organisatie. Hier mijn betoog. 

Uniek gebied: profiteer ervan
In ons woon- en werkgebied Waterland profiteren wij enerzijds van de ligging in de invloedssfeer van Amsterdam. Daar is veel economische dynamiek en werkgelegenheid. De stad biedt goede verbindingen en topvoorzieningen. Anderzijds leven we ook in een groene, waterrijke omgeving met sfeervolle kleine steden en dorpen. Om beide voordeelposities te versterken – of anders gezegd: om ongegeneerd van deze twee walletjes te eten – hebben we een daadkrachtig bestuur nodig dat effectief en ter zake kundig op verschillende borden kan schaken. Met de eigen inwoners, maatschappelijke instellingen en het bedrijfsleven. Maar ook met de buurgemeenten, de provincie, de stadsregio en de rijksoverheid.

Balans tussen groot en klein
Is het overheidsbestuur in onze regio en in onze gemeente adequaat toegerust op zijn taak? Ik denk het niet. Verbetering van die situatie vergt een goede analyse, visie en dan actie, zonder al te veel te dralen.

Als we de ’grote stad’ ons gebied zou laten besturen, gaat het niet goed. Die praten bij voorbeeld over Metropolitaan landschap als het over Waterland gaat , om vervolgens een nota vol onbegrijpelijk beleids-chinees te produceren. Ander voorbeeld: binnen de ambtelijke dienst van onze hoofdstad is een stroming die wil ‘Amsterdam verdubbelen’.

’Te groot’ is dus niet goed en een stevig tegenwicht is nodig. Maar ’te klein’ heeft ook manco’s. Zo is de gemeente Waterland, met 17.000 inwoners, beslist te klein is om zelfstandig te blijven bestaan. De zogenaamde bestuurskrachtmeeting heeft dat ook duidelijk gemaakt. Ja, in formele zin kan de gemeente wel zelfstandig blijven maar de dienstverlening aan bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties is kwetsbaar. En voor steeds meer taken is de gemeente aangewezen op (ondemocratische) samenwerkingsverbanden. De gemeenteraad stuurt niet meer, maar wordt feitelijk gestuurd en mag een beetje aan de rand van de besluiten krabben. De directe beslissingsmacht versmalt geleidelijk aan tot onderhoud van groen en straten, subsidies aan lokale verengingen en – als hoogtepunt – de eventuele vestiging van een supermarkt. Voor een gemeente die bestaande en nieuwe taken nog net aankan, zijn minimaal zo’n 35.000 inwoners nodig.

de nieuwe IJsselmeergemeente, in groen

Gemeente Waterland heeft een partner in Edam/Volendam
Wat is een geschikte partner om bij aan te sluiten? Als we in de regio om ons heen kijken, dan is samengaan met Edam/Volendam/Zeevang het meest logisch en haalbaar. Dan ontstaat een krachtige IJsselmeergemeente met ca. 52.000 inwoners. Purmerend is aanmerkelijk groter en dus zal daar onze stem daar minder helder doorklinken. Bovendien spreekt de stedelijk karakter velen in onze gemeente minder aan.

Waterland heeft veel meer binding met Edam-Volendam dan met Landsmeer, Oostzaan en Wormerland. Bij voorbeeld de oriëntatie op het water, het Markermeer. Wat betreft recreatie en toerisme, landbouw en natuur, mbk, groen, water, historie hebben we gemeenschappelijke elementen. Bevolking en bedrijven kennen elkaar redelijk goed en de mentaliteit van de inwoners is vergelijkbaar. Cultuurverschillen zijn er natuurlijk ook, want Volendam blijft een unieke gemeenschap. Maar Waterlanders kunnen daar goed mee omgaan. In nieuwe gemeente ontstaat een evenwicht tussen Volendammers en de andere gemeenschappen. Landsmeer zou zich kunnen voegen bij een grotere Markermeer-gemeente, áls ze dat zelf zou willen. Daar zie ik geen probleem in, zolang de basis maar wordt gevormd door de drie kustgemeenten. Een fusie van Waterland met Edam-Volendam en Zeevang kan niet op heel korte termijn. Edam-Volendam wil een periode organisatorische rust, na invlechting van Zeevang. Een termijn van vijf à zeven jaar is haalbaar, als de (politieke) neuzen dezelfde kant op staan.

In ieder geval géén ambtelijke fusie   Wij moeten in Waterland beslist niet ingaan op het pleidooi van Landsmeer voor een ambtelijke fusie met Waterland, Oostzaan en Wormerland. Dan komt er een grote ambtelijke dienst die vier gemeentebesturen moet bedienen. Daarmee zou Waterland zich afhankelijk maken van een verzelfstandigd apparaat waar het management de dienst uitmaakt. Dat is schijnzelfstandigheid in optima forma. De gemeentebesturen worden ‘klant’ van de grote ambtelijke organisatie waarbij je met jouw specifieke vragen en wensen in de wachtrij komt te staan en maar moet afwachten wanneer je aan de beurt bent. De afstand tussen ambtenaren en bestuur wordt ook groter: ambtenaren weten niet meer voor wie ze aan het werk zijn en het ambtelijk apparaat gaat eigen beleid maken. Ook voor het bedrijfsleven heeft dit voornamelijk nadelen. Een ambtelijke fusie is op kortere termijn te realiseren dan een bestuurlijke, dat wel. Daarom zou ik kiezen voor een ambtelijke samenwerking met Edam-Volendam, vooruitlopend op de bestuurlijke fusie.

Regionaal op inhoud samenwerken
Wij moeten helder onderscheid maken tussen het niveau van het lokale bestuur en dat  van de regio. Het rapport ‘Bandell’ (van de colleges van b & w van Purmerend en Zaanstad) wekt verwarring omdat het die invalshoeken door elkaar haspelt en zich verslikt in een pleidooi voor een mega-gemeente Zaanstreek/Waterland. De samenwerking in de regio Waterland/Zaanstreek moet beter, maar op basis van een inhoudelijke agenda. Die is er nu niet. Kunnen we komen tot een gezamenlijk visie? Een visie op de economische ontwikkeling – daaronder bedrijventerreinen – ,verbindingen, landbouw, recreatie, natuur, woningbouw. Een gedragen, gezamenlijke visie moet meer zijn dan alleen een optelsom van alle lokale wensen en taboes. Daarmee kan ook Amsterdam en de provincie tegemoet worden getreden. Zou het een idee zijn als het bedrijfsleven die handschoen opneemt, nu het politieke bestuur aarzelt? En wellicht zelfs samen met ‘groene’ en ‘blauwe’ organisaties? Het zou een innovatieve aanpak zijn, waarbij nu eens niet de overheden het voortouw nemen. Mijn ervaring van een paar jaar geleden in andere regio was niet slecht.

prof. mr. Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten BPD, 23-04-2015